College Papers

3.1. mogelijk binnen de BV een pensioen op

3.1. Problemen bij deze procedure

Gedurende een lange periode was het
pensioen eigen beheer een populaire regeling voor de DGA. Het was mogelijk
binnen de BV een pensioen op te bouwen, met als voordeel dat de ruimte voor het
doen van investeringen binnen de BV er niet minder om werd. Inmiddels is de
aantrekkelijkheid van het pensioen eigen beheer voor het grootste gedeelte
verdwenen. Hier zijn verschillende redenen voor. Deze redenen kunnen een
probleem vormen voor DGA’s en kunnen er uiteindelijk toe leiden dat er niet kan
worden afgekocht. Die redenen ga ik in dit hoofdstuk kort toelichten.

 

     I.       
Fiscale redenen

Vroeger was het pensioen eigen beheer
een fiscaal aantrekkelijke manier om pensioen op te bouwen en daarnaast het
geld beschikbaar te houden voor het doen van investeringen binnen de BV. Er kon
vennootschapsbelasting worden bespaard door de vorming van een fiscale
aftrekpost in de BV. In het verleden was het mogelijk dat de aftrek tegen een
VPB tarief van 48% was. Omdat de huidige tarieven een stuk lager liggen
(20-25%), is de mogelijkheid van uitstel van betaling van de VPB ook een stuk
minder aantrekkelijk geworden. Wat daar nog bijkomt, is dat de fiscale maximum
opbouw- en premiepercentages zijn verlaagd. Hiermee is de omvang van de fiscale
aftrekmogelijkheden en daarmee ook de liquiditeitsvoordelen van pensioenopbouw
in eigen beheer verder beperkt.

 

   II.       
Waardering van de pensioenverplichting

De steeds groter wordende verschillen
tussen de commerciële en de fiscale waarde is ook een groter wordend probleem.
Dit komt mede door de lage rentestand die geldt voor de commerciële waardering,
terwijl de rente die geldt voor de fiscale waardering op 4% ligt1.
Voor de fiscale ruimte tot het uitkeren van dividend is uitsluitend de (hoge)
commerciële waarde van de pensioenverplichting van belang. Als er onvoldoende
middelen in de BV zitten om dividend uit te keren, wordt dividend uitkeren
lastig. Dit omdat het uitkeren van dividend wordt aangemerkt als een afkoop van
de pensioenaanspraak.

 

  III.       
Verschil tussen commerciële en fiscale
waardering

Er zijn een aantal redenen op te
noemen waarom er vaak een groot verschil zit tussen de commerciële en fiscale
waardering, waaronder de leeftijdsterugstelling, het risico van vooroverlijden,
de te hanteren rekenrente en de mogelijkheid om met (toekomstige) loon- en
prijsstijgingen rekening te houden. Daarnaast bestaat het verschil tussen de
commerciële en fiscale waardering uit winst- en kostenopslagen die worden
gehanteerd door verzekeraars. Deze winst- en kostenopslagen kunnen niet worden
begrepen in de fiscale pensioenverplichting eigen beheer, vanwege
goedkoopmansgebruik. De grootste reden voor het verschil tussen de commerciële
en de fiscale waarde is de huidige rentestand die een stuk lager ligt dan de
voorgeschreven fiscale rekenrente van 4%. Als de commerciële waarde wordt
berekend, wordt er rekening gehouden met die lagere rentestand en niet met de
fiscale rekenrente van 4%. Momenteel ligt de commerciële waarde door de lage
rentestand aanzienlijk hoger dan de fiscale waarde.